Snowplanners
CHAMONIX

HOREN, ZIEN EN SPRAKELOOS

Het woord ‘Chamonix’ roept in het hoofd van iedere bergsporter die er nog nooit geweest is, waarschijnlijk een bepaalde associatie op rondom dit pretentieuze bergdorp. Maar horen is niet hetzelfde als zien. En probeer na het zien van deze vallei nog maar eens exact diezelfde associatie voor de geest te halen…

 

De allereerste keer dat ik het woord ‘Chamonix’ hoorde, dacht ik aan een druk bezocht dorp waar iedereen weet wat je met een karabiner moet doen en als het even kon die karabiners liet matchen met de kleuren van zijn gloednieuwe Gore-Tex pak. Deze bergen leken mij te gevaarlijk, mijn kennis ontoereikend. Laat staan dat ik me in mijn oeroude Patagonia jasje durfde te vertonen, die vanzelfsprekend niet bepaald matchte met mijn karabiners. Niks voor mij, dat Chamonix. En daarmee had ik het perfecte excuus gevonden voor het feit dat ik als enige in mijn bergsportkring nog nooit in dit centrum van alpinisme en toerskiën geweest was.

 

 

De verhalen over Chamonix kloppen. Het is een druk dorp en de gemiddelde bezoeker is een doorgewinterde alpinist met zonnerimpels. De schaduw die over het dorp ligt heeft de vorm van de Mont Blanc, een indrukwekkend massief waarvan pas echt onder de indruk bent wanneer je de berg in het echt gezien hebt. Ik sta een beetje te gapen, naar dit massief. Het is acht uur in de ochtend wanneer ik met mijn oude jasje aan de niet bijpassende karabiners in mijn rugzak stop. Koude lucht dringt door tot diep in mijn longen. Het is die eeuwige sneeuw die in de ochtend voor een koude luchtstroom zorgt, maar die gedurende de dag een stuk aangenamer aan zal voelen. Ik weet niet helemaal zeker of ik klaar ben voor de confrontatie met dit gebied, maar ik ben van plan me zo onopvallend mogelijk te mengen met al die topfitte atleten en beresterke bergbewoners die samen met mij aan het touw zitten bij een berggids met een baard en onmenselijke super powers.

 

 

Oren dicht, ogen open

Chamonix ligt op 1035 meter hoogte, aan de voet van de Aiguille du Midi (3842m) die op zijn beurt weer vlak onder de Mont Blanc (4801m) ligt. Het uitzicht op de Mont Blanc kun je dan ook onmogelijk vermijden. Tussen Les Houches en Vallorcine gaan een aantal liften op dit enorme, noord georiënteerde massief omhoog. Chamonix ligt tussen deze twee dorpen in, die respectievelijk aan het begin en aan het einde van het dal liggen. De drie liften die het meest gebruikt worden zijn: de Téléphérique l’Aiguille du Midi naar de Vallée Blanche, de Grand Montets naar de Glacier d’Argentière en de trein naar Montenvers voor de Mer de Glace.

Die koude lucht van vanochtend heeft plaatsgemaakt voor dikke mistwolken en miezer en de enige manier om die te ontwijken is door hoog de bergen in te duiken. De Téléphérique l’Aiguille du Midi is gesloten, vanaf Montenvers is er voor ons niets te doen en dus blijft er een bestemming over: de Glacier d’Argentière.

 

 

Onder aan de gondel ontmoeten we onze gids, zonder baard, die tijdens de rit omhoog het een en ander uitlegt over de toer die we vandaag zullen maken. ‘We starten op 3275 meter hoogte, dat is het eindpunt van deze lift. We dalen eerst 700 meter af tot aan bovenaan de Glacier d’Argentière, van waaruit we over de Glacier des Améthystes naar de Col de Tour Noir (3535m) hiken. Ik vermoed dat we ongeveer twee to drie uur nodig zullen hebben, maar met de brandende zon op ons gezicht zal het wellicht iets langer duren.’ Zon? Het is hartstikke bewolkt, ik hoor de wind langs de gondel blazen en mijn voeten zijn nu al ijskoud. Ik rits mijn oude jack dicht tot aan mijn kin en hoop dat hij nog steeds zijn werk doet. Capuchon op, sjaal maximaal omhoog getrokken, sneeuwbril op en hop naar buiten nu, het donkere gondelgebouw uit. Als mijn ogen eenmaal gewend zijn aan het felle licht zie ik dat de gids mij aan het uitlachen is. Hij draagt een zonnebril. En zo’n gekke haarband waar de helft van je haar rechtop bovenuit steekt. Standje zomer dus. Op een grote dunne mistwolk onder ons na, is de lucht hemelsblauw. En de zon schijnt haar warme stralen over de enorme, gescheurde, ijzige vallei die aan onze voeten ligt. Ik doe mijn capuchon af en loop naar de balustrade van het uitkijk platform. Ik hoor niks meer, al het geluid om mij heen verdwijnt als sneeuw voor de zon. Gek, dat zo’n uitdrukking hier tot zijn recht komt. Langs de gletsjer zie ik sporen van een oude ijstijd. Morene, naar beneden gerolde rotsblokken, donker geworden sneeuw. Voor iemand die zo erg van de natuur en de bergen houdt, is dit een pijnlijk moment: ooit was dit terrein misschien wel onbegaanbaar. Een ijsmassa waarvan alle seracs tot bovenaan gevuld waren met sneeuw. En nu staan we hier, een aantal fanatiekelingen die zich stuk voor stuk zeer bewust zijn van de menselijke impact op de natuur en hun eigen footprint zo minimaal mogelijk willen houden. En precies deze fanatiekelingen, waar ik zelf ook deel van uit maak, laten zichzelf met de gondel afzetten in dit stuk ongerepte natuur. Ik zet vraagtekens bij de betekenis van het woord ‘ongerept’, terwijl het geluid om mij heen langzaam terugkeert. De haarband met rechtopstaande haren roept mijn naam.

‘Klaar voor de eerste afdaling?’ vraagt hij. Ik knik.

 

 

Softijs

De volgende dag heb ik enorme spierpijn. Een afdaling van 2250 hoogtemeters in de voorjaarszon op een gletsjer die langzaam veranderd in een softijsje is vanzelfsprekend voelbaar in de bovenbenen. Ik zuig mijn longen weer vol met de koude ochtendlucht en bereid me daarmee voor op de tocht van vandaag.

Het is stipt acht uur wanneer we in de rij staan bij de Téléphérique l’Aiguille du Midi. Het is er druk. Iedere levende ziel van Chamonix lijkt nu, om acht uur in de ochtend, hier omhoog te willen. Ik bots tegen een paar ski’s en blijf met mijn jaszak achter de bindingen hangen. ‘Skkrrrrrt!’ zegt mijn oude jas en ik zie een scheur van een ruime drie centimeter in de stof. Nog voordat ik er van kan balen worden we de lift in geduwd.

 

 

Wanneer ik buiten kom overvalt mij een gevoel van nederigheid. De Mont Blanc is zo dichtbij en nog altijd zo reusachtig dat de werkelijke afstand tot de top maar moeilijk in te schatten is. De wind raast langs het ijzeren gebouw dat hier boven op de Aiguille du Midi vast genageld staat. Er zijn uitzichtpunten, tunnels, trappen, platforms en liften die allemaal in, op en rondom de steile rotswanden gebouwd zijn. Waar moeten wij in hemelsnaam afdalen? Alles oogt reusachtig, steil en extreem. We volgen de gids die zich door een donkere uit rots en ijs geslagen tunnel wurmt, het staat er vol met toerskiërs en klimmers die hun materiaal checken. Ik denk aan mijn niet matchende karabiners.

Hoewel dit massief de indruk wekt dat het onbegaanbaar terrein is voor de gemiddelde bergsporter, ziet de toegang tot de Glacier du Géant er uit als een brede rode piste. De grote gapende gletsjerspleten even terzijde. Bij het oversteken van de eerste sneeuwvlakte vergeet ik zelfs even dat ik me in hoog alpiene terrein bevind en maak soepele bochtjes op mijn snowboard achter de rest van de groep aan. Pas bij het passeren van de Col de Gros Rognon rond 3400 meter hoogte val ik stil. Vanaf hier zie je pas de daadwerkelijke grootte van dit massief. Ik ben sprakeloos. Om dit te werkelijk tot je door te kunnen laten dringen moet je het ervaren hebben. Het geluid onder je ski’s of snowboard, de ijle lucht, het geluid van krakend ijs, de speciale kleur blauw die diep in de gletsjerspleten te zien is en het besef dat dit stuk natuur – hoeveel mensen hier per dag ook naar boven gaan – ons nog steeds de baas is. En dat mogen we niet onderschatten.

 

 

De eindbaas

We toeren tot aan de Italiaanse grens. Refugio Torino ligt precies op de scheiding tussen deze twee landen, die via de makkelijke weg lager bij zeeniveau door middel van de Mont Blanc tunnel met elkaar verbonden zijn. Tijd voor een pauze. De kop warme chocolade melk smaakt me niet. Ik loop naar buiten en kijk over het randje maar Italië. Het gewone leven dat zich daar beneden in het dal afspeelt heeft tot ver boven de 3000 meter weten door te dringen. Achter mij zie ik de zon in het metaal van het liftstation reflecteren. Overal zie je touwgroepen en skiërs die hier naartoe gekomen zijn omdat er talloze bekende routes, uitdagende afdalingen en indrukwekkende vergezichten te vinden zijn. Een voor een komen mijn touwgroepgenoten naar buiten. We staan naast elkaar en zeggen niks. Niemand durft antwoord te geven op de vraag of we sprakeloos zijn vanwege het prachtige massief of vanwege de impact van het toerisme op deze berg. Des te meer reden om van de afdeling te genieten, anders is het allemaal voor niks geweest.

Een route terug naar Chamonix is niet zomaar gevonden. Hoewel het er op lijkt dat je gewoon de gletsjer naar beneden kunt volgen, zonder belangrijke afslagen links of rechts, is de terugtocht een zigzag door het labyrint van spleten. Daarnaast moet je ook rekening houden met hot spots, plekken waar je in de vallijn van afbrekende rotsen of ijsmassa’s staat. Hoe lager je komt des te meer rotspartijen er naast de gletsjer liggen. Het lijkt wel een computerspelletje waarbij wij als spelers de eindbaas moeten zien te bereiken, met nog genoeg energie om hem te kunnen verslaan. In Chamonix is de eindbaas de Mer de Glace.

De Mer de Glace is misschien wel het lelijkste stuk natuur wat ik ooit gezien heb. Tegelijk is het ook het meest indrukwekkende. Wanneer je van boven komt heb je de overgang tussen het geconserveerde ijs naar de weggesmolten smurrie minder snel in de gaten dan wanneer je vanuit het treintje in Montenvers de smurrie tegemoet loopt. Daar staan langs de trappen die je naar het onderste stuk van deze gletsjer leiden bordjes met jaargetallen erop. Elk jaargetal verwijst naar de hoogte van de gletsjer in die periode. Een somber aangezicht dat je enthousiasme behoorlijk kan beperken. Bovendien zie je vanaf beneden maar een klein deel van het massief dat nog zoveel verborgen schatten kent.

Met een voldaan gevoel manoeuvreren we ons over het bijna vlakke stuk om maar zo min mogelijk te hoeven lopen. Ik prik met mijn stokken naast mijn snowboard en duw mezelf zo voort over de kei hard geworden en met kiezels gevulde plakkaten ijs. Ik hoor losse stenen van de berg afrollen, niet ver bij ons vandaan. De afdalingen was fantastisch, weliswaar niet op de beste sneeuw in deze tijd van het jaar, maar zonder een verhoogd risico op lawines ski je wel een stuk ontspannender. Het zweet staat me inmiddels op het voorhoofd en ik ben er van overtuigd dat het kopje chocolade melk me toch wat extra energie gegeven heeft om deze eindbaas te kunnen verslaan. Ik vermoed dat het een half uur geduurd heeft voordat we onderaan de trappen naar Montenvers staan. Mijn gescheurde jas bind ik vast op mijn rugzak, het snowboard houd ik in de arm. Daar gaan we: 480 treden terug omhoog, de laatste etappe van onze tocht vandaag.

 

 

Worn wear

Er zitten een aantal roodgloeiende wangen, verbrande nekken en tevreden gezichten aan de lange eettafel. We praten over de staat van de gletsjer, hebben discussies over de luchtvervuiling die de Mont Blanc tunnel verspreidt en genieten ondertussen van lokale producten. Mijn vooroordelen over Chamonix bleken deels juist: het ís een druk dorp en iedereen die hier komt is al redelijk ervaren. Wanneer je door het centrum loopt wordt je direct geconfronteerd met de laatste mode op outdoorgebied. Elk groot buitensport merk heeft hier een premium store waar de klimmaterialen dezelfde kleuren hebben als de Gore-Tex jassen. Ik kijk naar mijn oude Patagonia jasje, die scheur is wel zonde.

Wanneer we klaar zijn met eten begint de schemer al over het dorp te vallen. ‘Volg mij.’ zegt de gids, inmiddels zonder rechtopstaand haar, als we het restaurant uitlopen. We lopen door de winkelstraat, een voor mij onnatuurlijk omgeving in het bijzijn van een berggids. Dan valt mijn oog op een bord. Hij stopt. Ik lach. ‘Worn Wear’ staat er met grote letters op. Binnen in de winkel zitten twee dames met een naaimachine oude maar nog niet versleten buitensportkleding te repareren. Gratis, voor niks, voor Moeder Natuur, zodat we met z’n allen veel bewuster omgaan met de spullen die we hebben. Een half uur later sta ik met mijn gerepareerde jasje aan weer buiten. Ik zuig de frisse lucht op tot diep in mijn longen. En voor de zoveelste keer is het horen, zien en ben ik volledig sprakeloos.

 

 

 

Geschreven door: Mirte van Dijk

Mirte startte in de jaren negentig op een freestyle snowboard met hardboots. Het board is inmiddels vervangen, haar techniek verbeterd en van het aantal sneeuwweken is ze de tel kwijtgeraakt. Alle studies, certificaten en werkzaamheden (van snowboardleraar tot copywriter, van marketeer tot sales rep en van hoofdredacteur tot content creator) hebben bijgedragen aan haar leven als digitale nomad. Een huis heeft ze niet, maar wel een tipi en oude Citroën HY (@meetmisterh). De hoofdredactrice van het laatst overgebleven snowboardblad van Nederland – Taste Snowboard Magazine – reist niet alleen heel Europa door als editor, maar ook als fotograaf en adventure content creator. Onder MVD Media en met @mirtewashere als merk zijn er talloze publicaties met tekst en beeld van haar avonturen te vinden in grote magazines en op online platformen. Na verschillende seizoen in Oostenrijk, Andorra en Japan, is de volgende winterstop van de ambassadeur van Nikita en Eivy in de Spaanse Pyreneeën. Olé! ]  

Lees verder
Mirte van Dijk

Mirte startte in de jaren negentig op een freestyle snowboard met hardboots. Het board is inmiddels vervangen, haar techniek verbeterd en van het aantal sneeuwweken is ze de tel kwijtgeraakt. Alle studies, certificaten en werkzaamheden (van snowboardleraar tot copywriter, van marketeer tot sales rep en van hoofdredacteur tot content creator) hebben bijgedragen aan haar leven als digitale nomad. Een huis heeft ze niet, maar wel een tipi en oude Citroën HY (@meetmisterh). De hoofdredactrice van het laatst overgebleven snowboardblad van Nederland – Taste Snowboard Magazine – reist niet alleen heel Europa door als editor, maar ook als fotograaf en adventure content creator. Onder MVD Media en met @mirtewashere als merk zijn er talloze publicaties met tekst en beeld van haar avonturen te vinden in grote magazines en op online platformen. Na verschillende seizoen in Oostenrijk, Andorra en Japan, is de volgende winterstop van de ambassadeur van Nikita en Eivy in de Spaanse Pyreneeën. Olé! ]  

Datum:

14-09-2018

Likes en reacties
6

BLIJF OP DE HOOGTE

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets meer

Wintersport met de Snowplanners!

Wij helpen graag bij het creëren van jullie ultieme wintersportbeleving. Vraag hieronder meer informatie aan.

MEER INFO
Contact
Snowplanners
Zutphenseweg 6
7418 AJ Deventer
+31 570 - 244 008 info@snowplanners.com
Snowplanners
Wij zijn Snowplanners en ons hart klopt nu eenmaal sneller in de winter. Wij zijn wintersport professionals met hetzelfde spierwitte DNA waarbij ondernemen, vriendschap, avontuur, bergen, sneeuw, sportiviteit en plezier altijd centraal staan.

Snowplanners organiseren wintersportreizen op maat voor bedrijven en groepen. Tevens schrijven wij over onze avonturen en het wintersportnieuws op Snowplanners.com en alle social media kanalen.

Schakel ons in voor een ultieme wintersport beleving gebaseerd op jarenlange kennis en ervaring. Volg ons ook op social media en wij zien elkaar zeker bovenop de berg of in de Après-ski bar!
© copyright 2018 Snowplanners
OFFERTE GROEPSREIZEN
Klaar voor die geweldige eerste afdaling?

Neem contact met ons op via onderstaand formulier, wij reageren altijd binnen één dag! De Snowplanners garanderen door een strakke planning, ervaren organisatie en professionele begeleiding de beste wintersportreizen op maat.

Wij zien elkaar sowieso bovenop de berg of anders in de après-ski bar!